Taalkaarten: Bijvoegelijke naamwoorden
€ 28,95 (incl. BTW)
Deze beeldverhalen helpen kinderen op een speelse manier bijvoeglijke naamwoorden (adjectieven) herkennen, begrijpen en gebruiken. Adjectieven maken taal duidelijker en levendiger: ze helpen kinderen personen, voorwerpen en situaties nauwkeurig te beschrijven.
De 18 verhalen bevatten samen 70 adjectieven en 35 tegenovergestelde paren, zoals vrolijk – verdrietig, dik – dun en lang – kort. Kinderen oefenen zowel de betekenis van woorden als het juiste gebruik en de verbuiging ervan.
2 op voorraad
Beschrijving
Deze beeldverhalen helpen kinderen op een speelse manier bijvoeglijke naamwoorden (adjectieven) herkennen, begrijpen en gebruiken. Adjectieven maken taal duidelijker en levendiger: ze helpen kinderen personen, voorwerpen en situaties nauwkeurig te beschrijven.
De 18 verhalen bevatten samen 70 adjectieven en 35 tegenovergestelde paren, zoals vrolijk – verdrietig, dik – dun en lang – kort. Kinderen oefenen zowel de betekenis van woorden als het juiste gebruik en de verbuiging ervan.
Doelgroep
Geschikt voor kinderen vanaf 5 jaar, onder andere:
- voorschoolse educatie;
- groep 1 t/m 4 van het basisonderwijs;
- speciaal onderwijs;
- logopedie;
- remedial teaching;
- kinderen die Nederlands als tweede taal leren.
Vaardigheden
De beeldverhalen stimuleren:
- woordenschat;
- adjectieven herkennen en benoemen;
- semantisch begrip;
- tegenstellingen herkennen;
- beschrijven van personen, voorwerpen en situaties;
- zinsbouw;
- grammatica;
- adjectieven verbuigen;
- mondelinge taal;
- begrijpend kijken;
- vergelijken en categoriseren.
Belang voor therapeuten
Voor logopedisten is dit materiaal zeer geschikt voor het uitbreiden van de woordenschat en het oefenen van grammaticaal correct taalgebruik. Kinderen kunnen adjectieven benoemen, tegenovergestelde begrippen zoeken en ze toepassen in volledige zinnen.
Remedial teachers kunnen de kaarten gebruiken voor gerichte oefeningen rondom woordenschat, taalbegrip en zinsbouw.
Orthopedagogen en begeleiders in het speciaal onderwijs kunnen de duidelijke afbeeldingen gebruiken om taalbegrippen visueel te ondersteunen en kinderen stap voor stap te laten oefenen.
Voor docenten zijn de verhalen bruikbaar als aanvulling op lessen over taal, beschrijven, tegenstellingen en woordsoorten.
Gebruik en activiteiten
Elk verhaal bestaat uit vier kaarten en draait om adjectieven uit het dagelijks taalgebruik. De kaarten kunnen afzonderlijk of in combinatie worden gebruikt.
Mogelijke activiteiten:
- Benoemen: Welk adjectief past bij de afbeelding?
- Tegenstellingen zoeken: Welke kaart laat het tegenovergestelde zien?
- Vergelijken: Wat is anders aan de twee afbeeldingen?
- Zinnen maken: Laat het kind een volledige zin met het adjectief maken.
- Verbuigen: Oefen bijvoorbeeld een bonte jurk en een bont jurkje.
- Sorteren: Leg tegenovergestelde adjectieven bij elkaar.
- Verhaal vertellen: Laat het kind het verhaal aan de hand van de vier kaarten vertellen.
- Uitbreiden: Vraag welke andere dingen bijvoorbeeld groot, klein, licht of donker kunnen zijn.
- Geheugen oefenen: Laat enkele kaarten zien en vraag later welke adjectieven erbij hoorden.
Inhoud
De set bevat:
- 18 beeldverhalen;
- ieder verhaal bestaat uit 4 afzonderlijke kaarten;
- in totaal 72 kaarten;
- kleurafbeeldingen;
- formaat: 9 × 9 cm;
- handleiding.
De kaarten van één verhaal hebben op de achterkant hetzelfde grote nummer. Kleine cijfers geven de volgorde van de afbeeldingen aan.
Productinformatie
- Type: beeldverhalen / taalstimulerend kaartmateriaal
- Aantal verhalen: 18
- Kaarten per verhaal: 4
- Totaal aantal kaarten: 72
- Aantal adjectieven: 70
- Aantal tegenovergestelde paren: 35
- Formaat: 9 × 9 cm
- Uitvoering: kleur
- Leeftijd: vanaf 5 jaar
- Toepassing: voorschoolse educatie, basisonderwijs, speciaal onderwijs, logopedie en remedial teaching
Bijzonderheden
Een sterk onderdeel van deze set is de combinatie van woordbetekenis, tegenstellingen en grammatica. Kinderen leren niet alleen wat een adjectief betekent, maar oefenen het ook in een passende taalsituatie.
Voorbeelden van tegenovergestelde paren zijn:
- verdrietig – vrolijk;
- dik – dun;
- langzaam – snel;
- licht – donker;
- lang – kort.
In totaal kunnen 70 adjectieven en 35 tegenovergestelde paren doelgericht worden geoefend.
Omdat ieder verhaal twee tegengestelde paren bevat, kunnen twee kaarten naast elkaar worden gelegd. Het kind zoekt vervolgens naar de adjectieven die de verschillen tussen de afbeeldingen het beste beschrijven.
Veelgestelde vragen
Vanaf welke leeftijd is het materiaal geschikt?
Vanaf 5 jaar.
Hoeveel kaarten bevat de set?
De set bevat 72 kaarten, verdeeld over 18 verhalen van vier kaarten.
Hoeveel adjectieven worden geoefend?
In totaal kunnen 70 adjectieven worden geoefend, verdeeld over 35 tegenovergestelde paren.
Worden ook grammaticale vaardigheden geoefend?
Ja. Kinderen oefenen onder andere met de juiste verbuiging van adjectieven, zoals een bonte jurk en een bont jurkje.
Kan het materiaal worden gebruikt voor logopedie?
Ja. De kaarten zijn zeer geschikt voor woordenschat, taalbegrip, zinsbouw, grammatica en mondelinge taal.
Is het geschikt voor Nederlands als tweede taal?
Ja. De duidelijke afbeeldingen ondersteunen het begrijpen en actief gebruiken van Nederlandse adjectieven.
Kan de set ook in het onderwijs worden gebruikt?
Zeker. De verhalen zijn geschikt voor voorschoolse educatie, groep 1 t/m 4 en het speciaal onderwijs.
Je moet ingelogd zijn om een beoordeling te plaatsen.







Beoordelingen
Er zijn nog geen beoordelingen